interview Anja Machielse | Alles over je eenzaam voelen en alleen zijn | Coalitie Erbij

foto_anja_machielse.jpg

Dat zijn de vragen waar  Anja Machielse zich op richt als onderzoeker van het Landelijk Expertisecentrum Sociale Interventie (LESI) van de Universiteit Utrecht: “Sociaal geïsoleerden laat je niet in de kou staan…”

Torenkamer

Zich de rest van haar leven in een torenkamertje alleen nog maar verdiepen in het werk van beroemde filosofen als Kant en Schopenhauer. Die gedachte is wel eens bij haar opgekomen, bekent ze lachend. Haar krappe werkkamer met wijds uitzicht negentien hoog in het Van Unnik-gebouw op de Uithof-campus van de Universiteit Utrecht lijkt wel een beetje op een  torenkamer. Maar op haar bureau vormt alleen al haar meest recente publicatie, ‘Sociaal isolement bij ouderen. Op weg naar een Rotterdamse aanpak’ (2011), een lijvig bewijs dat Anja Machielse (54) als onderzoeker zelf met beide benen in het alledaagse leven staat: “Ik wil met mijn werk vooral praktisch iets teweegbrengen.”

Etappes

Machielse is zelf ook filosoof. Haar studie deed ze in twee etappes, voor en na een werkend bestaan als personeelsfunctionaris bij uitgeverij VNU en als zelfstandig organisator van congressen en festivals: “Op een gegeven moment kreeg ik toch meer behoefte aan inhoud.” Ze pakte haar filosofiestudie weer op en werd vervolgens onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. In 2006  promoveerde ze in de sociale wetenschappen: “Ik geloof dat ik een natuurlijke neiging heb om mij aangetrokken te voelen tot mensen waarmee het niet goed gaat.”

Snijvlak

Als filosoof is ze geboeid door de vraag naar een rechtvaardige samenleving. Wanneer is iets niet louter een privéaangelegenheid maar ook een maatschappelijk vraagstuk: “Dat snijvlak fascineert mij, want dan heb je het natuurlijk ook over de ethische vraag of een overheid zich met zo’n privédomein moet gaan bemoeien.” Een bron van inspiratie bij haar werk is de Amerikaanse twintigste-eeuwse denker John Rawls. Vooral diens ideeën over ongelijkheid en over het verschil in mogelijkheden voor mensen als gevolg van sociale en culturele invloeden, hebben haar aan het denken gezet.

Twintig jaar

Haar fascinatie voor dit onderwerp blijkt al uit haar afstudeeronderzoek naar sociaal-economische gezondheidsverschillen: “Onlangs nog bleek uit onderzoek dat er tussen het aantal gezonde levensjaren van mensen in lagere en hogere sociale milieus een verschil zit van bijna twintig jaar in het voordeel van de laatste groep. Je zou denken dat we in onze moderne samenleving allemaal dezelfde kansen hebben om gezond oud te worden, maar dat is dus nog altijd niet zo. Mij interesseert dan de vraag tot hoever mensen uit lagere klassen zelf verantwoordelijk zijn voor hun ongezondere levensstijl en voor hoever die bepaald is door wat ze van thuis meekregen. En wat je daar dan als overheid aan zou kunnen doen.”

Buffer

Als onderzoeker richtte ze zich de afgelopen veertien jaar op sociale contacten, vooral op mensen die zo’n netwerk niet hebben. Machielse: “Eenzaamheid hoort bij het leven. Ook zelf heb ik ervaren dat je in bepaalde omstandigheden eenzaam kunt zijn, met een verbroken relatie in het verleden en met nu een dementeren de vader. Maar ik kom uit een fijn gezin en de contacten die ik heb, voelen aan als een veilige buffer. Als mij iets overkomt, weet ik dat ik er niet alleen voor sta. Maar hoe zit het met mensen die dat allemaal niet hebben, die er wel echt alleen voorstaan? Wat ging er mis in hun leven dat ze sociaal geïsoleerd raakten? En hoe redden ze zich nu? Dat intrigeert mij.”

Milieu

Een studie waar ze eind jaren negentig aan meewerkt, toont aan dat voor het welbevinden van mensen een sociaal netwerk even belangrijk is als een goede gezondheid. Machielse: “Daarbij rees voor mij dus de vraag in welke mate het wel of niet hebben van een sociaal netwerk beïnvloed wordt door de omstandigheden waarin je bent opgegroeid en of de overheid mensen zonder netwerk eventueel moet bijstaan.”

Pionier

Machielse: “Ik ben denk ik wel een pionier geweest met mijn opvatting dat sociaal isolement niet alleen een privézaak is maar ook een maatschappelijk vraagstuk dat direct te maken heeft met de manier waarop onze samenleving zich zeker de laatste 50 jaar heeft ontwikkeld. Heel veel mensen zijn blij met de individualisering. Daardoor kunnen ze hun eigen keuzes maken. Maar als  dat je niet lukt, kom je in de maatschappij zoals die nu is ingericht wel echt op jezelf te staan.”

Onvermogen

Na een landelijk onderzoek naar de sociale netwerken van Nederlanders neemt ze in haar boek ‘Niets doen, niemand kennen’ (2003) een duik ín de levens van contactarme mensen. Machielse: “Dat onderzoek gaf een algemeen beeld van de betekenis van die netwerken en van de oorzaken en gevolgen van sociaal isolement. Maar ik wilde er achter komen hoe sociaal geïsoleerde mensen zélf tegen hun wereld aankijken, hoe ze met hun onvermogen omgaan. Daar was nog weinig over bekend. Terwijl je het wel over zes procent van alle Nederlanders hebt! ”

Kracht

Al canvassend voor haar boek verbaast ze zich over de grote verschillen in levens die ze achter bijna honderd voordeuren aantreft. Machielse: “Binnen tien interviews was het beeld van tafel dat ik had van alleen maar zielige mensen die verslagen achter de geraniums zitten. Veel sociaal geïsoleerde mensen vinden zichzelf helemaal niet zielig. Mij viel juist hun enorme kracht op, waardoor ze het in hun eentje toch rooien. Door op straat met Jan en Alleman een praatje te maken om zo de behoefte aan contact te compenseren of door ’s nachts te gaan leven om juist met niemand nog wat van doen te hebben. Die overlevingsstrategieën verschillen enorm.”

Bingoavond

In haar proefschrift ‘Onkundig en Onaangepast’(2006) laat ze zien dat sociaal isolement en chronische eenzaamheid processen zijn die zichzelf versterken, juist vanwege de overlevingsstrategie die sociaal onhandige mensen volgen: “Als er van buitenaf niet wordt ingegrepen, glijden mensen steeds verder af.” Ze pleit ook voor een effectievere aanpak met meer maatwerk: ”Mensen hebben verschillende behoeftes. Iemand die al jaren afgezonderd leeft, krijg je niet naar een bingoavond. Die haal je niet meer uit dat isolement. Als hulpverlener boek je dan een prima resultaat als je erger voorkomt en er bijvoorbeeld voor zorgt dat iemands huis wordt schoongemaakt en er een maaltijddienst komt. Of dat zo iemand op tijd naar de dokter gaat en zijn schulden aflost. De vraag is hoe hoog je als samenleving de lat moet leggen.”

Overlap

Intussen maken verschillende gemeentes dankbaar gebruik van haar indeling van sociaal isolement in verschillende gradaties. Machielse: “Mijn typologie geeft aan welke soort interventie in een bepaald geval wel zinvol is en welke niet. Vaak zijn interventies op meerdere terreinen noodzakelijk en deze moeten goed op elkaar aansluiten. Hulporganisaties werken vaak nog langs elkaar heen en bieden dikwijls dezelfde soort activiteiten. In Rotterdam proberen we door een betere afstemming overlap en lancunes te voorkomen en zo tot een meer effectieve aanpak van sociaal isolement te komen. Ook in de provincie Utrecht zijn we daarmee bezig.”

Hele toer

De behoefte aan meer maatwerk  valt volgens Machielse moeilijk te rijmen met de trend in de zorg waarbij individuele ondersteuning van hulpbehoevenden door  beroepskrachten zoveel mogelijk wordt wegbezuinigd: “Ik ben bang dat men te makkelijk vertrouwt op de inzet van meer vrijwilligers. In onze participatiemaatschappij zijn er juist steeds minder mensen met tijd en aandacht voor hulpbehoevenden buiten hun directe familie en vriendenkring. Ik denk dus dat het nog een hele toer wordt om te bewerkstelligen dat die extra vrijwilligers er komen. Dat vraagt een mentaliteitsomslag waarbij het weer normaal wordt dat we ons om  ‘vreemden’ gaan bekommeren.”

Cruciaal

Jongeren sociale stages laten volgen, noemt ze een goed middel om de cultuuromslag te bewerkstelligen die  volgens haar nodig is opdat mensen weer meer naar elkaar omkijken: “Als je al jong ziet dat er ook kwetsbare mensen zijn, stel je jezelf eerder de vraag of je daar misschien zelf een rol in kan vervullen.” Tegelijkertijd waarschuwt ze dat sociaal geïsoleerden niet tussen wal en schip mogen vallen, juist omdat ze weinig overlast opleveren en relatief onzichtbaar zijn: “Als het uitgangspunt van de Wmo is dat mensen bij tegenslagen allereerst een beroep moeten doen op hun eigen sociale netwerk, dan betekent dat ook dat je als overheid mensen die niet zo vaardig zijn in het opbouwen van zo’n netwerk niet in de kou laat staan. Dat vind ik echt cruciaal.”

Paul Hazebroek

Advertenties

Over Jeannette Rijks

Als eenzaamheids-specialist leer ik hulpverleners zoals coaches, therapeuten, trainers en counselors - professionals dus - effectief te zijn in de aanpak van eenzaamheid. Mijn motto: het kan wel!
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s